Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA1042

Datum uitspraak2007-03-15
Datum gepubliceerd2007-03-20
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/2875 MPW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Weigering toeslag ingevolge de Militaire toeslagregeling pensioenen Suriname en de Nederlandse Antillen. Diensttijd onafgebroken doorgebracht in de Nederlandse Antillen?


Uitspraak

06/2875 MPW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de militaire ambtenarenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 april 2006, nr. AWB 05/2017 MPW (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris) Datum uitspraak: 15 maart 2007 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens de staatssecretaris is door de Stichting Pensioenfonds ABP, belast met de uitvoering van na te noemen regeling, een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2007. Appellant is daar niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door P.J. Consten, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP. II. OVERWEGINGEN De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de feiten en omstandigheden die de rechtbank bij de aangevallen uitspraak als vaststaand heeft aangenomen. Ook in hoger beroep staat ter beoordeling de vraag of namens gedaagde terecht is beslist dat appellant niet in aanmerking komt voor een toeslag ingevolge de Militaire toeslagregeling pensioenen Suriname en de Nederlandse Antillen (hierna: de Regeling). Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. Daartoe acht de Raad - onder verwijzing naar zijn eerdere rechtspraak op dit punt, onder meer de uitspraak van 8 februari 1990, nr. AMP 1987/51 - beslissend dat appellant niet kan worden aangemerkt als militair die de bestemming had doorlopend dienst te doen uitsluitend in Suriname of de Nederlandse Antillen als bedoeld in artikel 1 van de Regeling. Als zodanige militair kan in een geval als dit alleen worden beschouwd de militair die zijn diensttijd onafgebroken geheel of nagenoeg geheel heeft doorgebracht in de Nederlandse Antillen. Vaststaat dat appellant aan deze eis niet voldoet. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.M. Szabo als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2007. (get.) A. Beuker-Tilstra. (get.) W.M. Szabo.